

























































Lot uit de loterij Bijna 39 jaar geleden werd deze prachtige Alfa Romeo 75 3.0 V6 afgeleverd aan zijn eerste, Nederlandse eigenaar, die op dat moment zestig jaar oud was. Een echte autoliefhebber, dat kan niet anders. Pas in 2010 deed hij er afstand van. Een familielid nam de Alfa over en behandelde de Italiaanse schone nog eens bijna 14 jaar met minstens zoveel liefde. Maar ook daar kwam het moment van afscheid en zo geraakte de nog altijd perfecte en vrij unieke 75 in handen van een Alfa Romeo-specialist in Nunspeet, waar hij prinsheerlijk tussen al het moois in de showroom mocht staan in afwachting van een nieuw baasje. Tijd om heel veel stof te vergaren kreeg hij niet, want al snel stond Alfist Jeroen op de stoep. “Ik had al een paar keer een 75 V6 bekeken en wat mij betreft had het best een vroege 2.5 mogen zijn. Maar de spoeling is dun en daar komt bij dat ik de lat vrij hoog had liggen, wat kwaliteit en originaliteit betreft. Dit is een lot uit de loterij en een tweede ga je niet vinden. Dat daaraan een flink prijskaartje hangt, is geen verrassing. Ik heb nog even getwijfeld, hoewel ik in mijn achterhoofd wel wist dat dit een eenmalige kans was. Dus eigenlijk was de beslissing al genomen. Mijn eigen 75 kon ik inruilen en omdat ik altijd goed daarvoor had gezorgd, kreeg ik er een eerlijk bedrag voor.” Een tweede Alfa Romeo 75 zoals deze ga je niet vinden Tegenvaller Je zou denken dat Jeroen opgroeide in een Alfa-nest, maar niets is minder waar. Toch zit de liefde voor auto’s, en dan met name Italiaanse, er al vroeg in, zo horen we. “Mijn vader reed een Fiat Uno, geen Alfa Romeo. Ik kan mij nog goed herinneren dat ik als kind op tv een rode auto voorbij zag komen die ik heel mooi vond. Dat bleek achteraf een Alfa Bertone te zijn. Misschien is toen het zaadje geplant. Begin jaren 90 vond ik de Alfa 155 en de Coupé Fiat erg mooi en ik wilde niets liever dan een 155 ‘wide body’ als eerste auto. Ondertussen verzamelde ik al miniaturen van Alfa Romeo in de schaal 1 op 43. Dat doe ik nog steeds. Het is een mooi formaat en er is nog altijd genoeg te vinden. Toen ik mijn rijbewijs eenmaal op zak had en genoeg had gespaard, kon ik op zoek naar mijn eerste auto. Dat werd een 146.” Ook daarna bleef Jeroen zijn favoriete merk trouw, met onder meer een Mito, een Giulietta en nu een Giulia van de huidige generatie als dagelijkse auto. De jaarlijkse Alfa Romeo-clubdag op het circuit van Zandvoort staat steevast in zijn agenda. Toch bezat hij ook een Alfa Romeo die nogal tegenviel, zo blijkt. “Dat was een Spider van het type 916, met V6 en voorwielaandrijving. Totaal niet mijn auto, zo wist ik al snel. De carrosserie tordeerde behoorlijk en hij was zwaar. Na drie maanden heb ik er afscheid van genomen.” Volgend jaar mrb-vrij Het liefst had Jeroen als klassieker een Spider uit de jaren 90 gehad, maar daar past hij met zijn lengte niet fatsoenlijk in. Die 916 was een beetje een noodsprong. Samen met Dennis van Carrec maken we een rondje om de auto, waarbij vooral de smetteloze staat opvalt. Alsof hij zo uit de brochure is gereden. Hoe heeft Jeroen die lijst die over de flanken loopt zo mooi zwart gekregen? “Dat was een hele klus, maar ik heb ze niet gedemonteerd. Dan loop je het risico van alles te beschadigen en vaak breken de bevestigingsclips af. Ik heb simpelweg de hele auto afgeplakt, behalve die lijsten. Daarna heb ik ze overgespoten. Verder heb ik andere set wielen gemonteerd. Dit type vind ik het mooist, de originele set heb ik in de garage liggen. Wat er nu onder zit, is een goede kopie van de bekende en moeilijk verkrijgbare Ronal A1. Mijn vorige 75 had ik een paar centimeter verlaagd en ik moet eerlijk toegeven dat deze, op de oorspronkelijke veren, beter rijdt.” Aan de onderkant ziet de Alfa er minstens zo goed uit als vanbuiten en vanbinnen. Al sinds de Alfetta zit de versnellingsbak samen met de koppeling tussen de achterwielen en de remschijven tegen het differentieel. Mooie constructie en je hebt een optimale gewichtsverdeling. Jeroen heeft een bijzonder fraaie 75 V6 op de kop getikt, dat is na wel duidelijk. “Volgend jaar wordt hij 40 jaar en daarmee wegenbelastingvrij. We gaan er in ieder geval nog een keer mee naar Italië, waarschijnlijk komende zomer.” Geschiedenis Alfa Romeo 75: de laatste echte Alfa Romeo? In 1985 viert Alfa Romeo zijn 75e verjaardag met de introductie van de 75, de opvolger van de Giulietta. Uit kostenoverwegingen moeten de Italianen voortborduren op het bestaande platform en de transaxle-aandrijflijn. De volgende motoren staan op het menu: viercilinders met een inhoud van 1,6 (110 pk), 1,8 (120 pk) en 2 liter (128 pk). De vermogens wijzigen door de jaren heen door toevoeging van injectiesystemen en/of katalysatoren. Daarnaast is er de 95 pk sterke 2-liter turbodiesel van VM, die in 1988 plaats maakt voor een 2.4 van 112 pk. Ook de beroemde 2,5-liter V6 (156 pk) vindt zijn weg naar de 75 en in 1986 voegt Alfa Romeo de 1.8 Turbo (155 pk) aan het programma toe. In de VS komen de 75 2.5 en 3.0 V6 op de markt als Milano Quadrifoglio, inclusief katalysator, ABS, een derde remlicht, extra knipperlichten en harmonicabumpers. Die zien we in 1987 ook bij ons terug op de 3.0 V6 America (188 pk, later met 192 pk in de QV). Dat jaar maken we ook kennis met de 148 pk sterke 2.0 Twinspark. Eind 1988 krijgt de 75 een kleine facelift, waarbij de nieuwe grille, rood-witte achterlichten en een rode in plaats van oranje strip tussen de achterlichten het meest in het oog springen. In 1990 krijgen ook alle Europese 75’s een katalysator. Twee jaar later is het over en sluiten voor ‘de laatste echte Alfa’ (of is dat toch de wonderschone 156?) en verschijnt de voorwielaangedreven 155 als vervanger. In acht jaar tijd zijn er in totaal 386.767 Alfa’s 75 gebouwd. De beroemde 3.0 V6 Eigenaar Alfa Romeo 75 3.0 V6 Naam Jeroen Westerhuis Bouwjaar 1979 Beroep Audicien Eerste auto Alfa Romeo 146 Droomauto “Heb ik niet, er zijn te veel leuke auto’s die ik zou willen hebben.” Onderhoudshistorie Jeroen kocht deze 75 in 2024 met een tellerstand van 128.000 en heeft er tot op heden (132.000 km) nog niets aan laten doen, afgezien van de montage van een set andere wielen. De Alfa is verder in sublieme staat. De vorige twee eigenaren hebben er zeer goed op gepast en al het onderhoud is volgens de voorschriften uitgevoerd. De mening van Carrec Technocenter Dennis Koldewijn: “Deze Alfa Romeo is een auto naar mijn hart. Alfa’s in het algemeen zijn altijd prettige auto’s om naar te kijken maar als je zoals ik van scherp gelijnde auto’s houd is de 75 meteen een favoriet. Als hij dan ook nog voorzien is van de befaamde V6 heb ik niet veel meer te wensen over. De 75 heeft mede dankzij de zogenaamde transaxle versnellingsbak een goede wegligging. Bovendien is dit een heel net exemplaar dat goed schakelt. Hij voelt daarnaast solide aan en daarmee heb je het recept voor oneindig veel rijplezier.”
Je had al een brommer, maar een droog dak boven je hoofd ontbrak. Ging je zodoende op zoek naar een Fiat 500? “In 1975 ging ik stage lopen, onder meer in IJmuiden en Amsterdam. Die afstanden waren vanuit Haarlem voor mijn (veel te) snelle Zündapp geen probleem, maar om het maandenlang in weer en wind af te leggen leek me niks. Omdat ik voor de stages een bescheiden vergoeding zou krijgen, vond ik het tijd voor een vierwieler. Van de toen beschikbare minimalistische auto’s was eigenlijk alleen de Fiat 500 een optie. Voor mij geen rijdende schommelstoel als de Citroën 2CV of Renault 4. In Bloemendaal stond een Fiat 500 te koop. De eigenaresse was pas getrouwd en aan de Bloemendaalseweg komen wonen. De 500 was haar boodschappenwagentje geweest, maar omdat alle winkels nu vanaf loopafstand te bereiken waren, stond de auto al maandenlang stil. De bomen aan de Bloemendaalseweg hadden hem van een dikke laag hars voorzien, waardoor hij er absoluut niet uitzag, maar voor een Fiat uit 1968 opmerkelijk roestvrij was. Ik nam de auto mee voor 375 gulden. Toen ik de Fiat thuis voor de deur parkeerde, kon mijn vader het niet laten om de buren te melden: 'Kom even kijken, mijn zoon heeft een hobby gekocht'.” Aan de woorden van jouw vader was niets gelogen, want het onderhoud deed jij zelf? “Elke vrijdagmiddag waren de werkplaatsen van de HTS waar ik studeerde open om aan eigen projecten te werken. Je kon dan naar hartenlust sleutelen aan de eigen bromfietsen en auto’s. Er zijn heel wat staalplaatjes in gaten van uitlaten en doorgeroeste carrosseriedelen gelast. Het was opmerkelijk dat, naast het nodige aantal bromfietsen, Fiat 500’s de boventoon voerden. Het andere low-cost geval, de 2CV van Citroën, werd duidelijk niet gewaardeerd. Bijkomend voordeel van de vloot Fiatjes: als we aan het eind van de vrijdagmiddag in de stad een biertje gingen drinken, konden er vijf 500’s bij drie parkeermeters staan. Een extra biertje gratis. De parkeerwachters zagen er kennelijk ook de lol wel van in, want we hebben nooit een bon gehad.” Als we op de foto’s afgaan, kon je het niet laten om de auto naar eigen smaak aan te passen? “Van jongs af aan was ik al gek op de Grand Prix. Geld voor een kaartje had ik niet dus ik stond vanachter de hekken van het circuit van Zandvoort mee te genieten. Mijn eigen auto werd dus ook wat sportiever aangekleed. De bestuurdersstoel maakte plaats voor een uit de kluiten gewassen Corbeau racekuip, het stuurrad voor een lederen Momo Stuurtje en de passagiersstoel voor een kuipje uit een Fiat 850 Bertone Spider.” Ondanks het compacte formaat durfde je het toch aan langere afstanden te rijden? “We zijn ermee naar het circuit van Paul Ricard in Zuid-Frankrijk geweest voor de Grand Prix. De auto kon je maar op één manier inpakken. Op de plek van de gedemonteerde achterbank stonden de twee tentzakken van de bungalowtent. Koffer met kleren er tussenin en slaapzakken, gasstel en gastank er bovenop. Het tafeltje en klapstoeltjes pasten precies achter het Bertone stoeltje. De pannenset en luchtbed vulden het kofferbakje in het vooronder. Voor de terugreis moesten we dezelfde kritische manier van beladen hanteren. Op de plaats naast ons stond een Duitser met een grote Mercedes en enorme tandemasser caravan. Vanachter het raam van zijn caravan kon hij zijn ogen niet geloven dat al die zooi in de 500 paste.” De Fiat werd verkocht, maar jij bent altijd Italiaans blijven rijden? “Na een jaar plezier verkocht ik de auto aan een student. Die belde mij niet veel later op dat de Fiat slecht startte. Toen heb ik de bougies nog vervangen en de contactpunten afgesteld. Niet veel later blies hij de motor op omdat het autootje ineens 110 km/h haalde en daarvoor was hij niet gemaakt. Toen is er een motor van een Fiat 126 ingelepeld. Daarvan heeft die jongen nog een paar jaar plezier gehad. Zelf ben ik altijd trouw gebleven aan Fiat en Alfa Romeo. Ik heb twee Abarths gehad, en momenteel rijd ik in een Alfa Romeo Giulia, als opvolger van een Giulietta. Een heel fijne en miskende auto.” Paul Evers Bouwjaar: 1954 Woonplaats: Houten Beroep: Gepensioneerd automotive ingenieur bij Shell Eerste auto: Fiat 500 uit 1968 Gekocht voor: 375 gulden in 1975 Droomauto: “Lotus Esprit.” Omdat het zulke heerlijke tijdsbeelden zijn hieronder nog wat foto's van Paul, die riant veel en goed beeld aanleverde. Heerlijk ook die andere auto's op straat: Enthousiast over deze aflevering van Mijn Eerste Auto? Meld je dan hier aan. Let op, je beelden verschijnen dus in ons magazine en op de site. Overigens willen we de rubriek uitbreiden, het mag ook over je leukste auto ooit gaan. De beste, of de slechtste. Overigens is de klassieke Fiat 500 een auto die je nog steeds tegenkomt bij aanbieders van klassiekers.




